De tweede periode (1965-1970)

Met de komst van de Düwag-trams vanaf 1964 veranderde de inzet van de Schindler-trams. De nieuwe, dubbelgelede trams werden als eerste ingezet op lijn 2, daarna was lijn 3 aan de beurt. De gelede Schindlers kwamen daardoor stuk voor stuk vrij en schoven voor enkele maanden door naar lijn 10 (Spangen – Kleiweg), vervolgens naar lijn 22 (Vierambachtsstraat – Avenue Concordia) om uiteindelijk op lijn 17 (Marconiplein – Avenue Concordia) uit te komen. Deze lijn was daartoe ingekort vanaf het kopeindpunt op de Oudedijk. De aflevering van de enkelgelede Düwag-trams betekende het einde van de gelede Schindlers op deze lijn.

 

Links: Een korte periode maakten de gelede Schindlers ook de dienst uit op lijn 17; Oudedijk, 12 september 1965 (foto: E.J. Bouwman). Rechts: Lijn 15 werd verlengd naar het Hudsonplein, waar een keerlus was aangelegd. Eenrichtingtrams in de vorm van de kleine Schindlers kwamen de vierassers vervangen; Hudsonplein, 19 juni 1965 (foto: H.M. Mertens).

Toen de dubbelgelede Düwag-trams in dienst kwamen op lijn 4 naar Schiedam keerden de gelede Schindlers weer terug op lijn 10. De kleine Schindlers, die intussen vrij van lijn 22 kwamen, schoven door naar lijn 15 waar zij de vierassers vervingen. Lijn 15 had juist daarvoor een keerlus op het Hudsonplein gekregen, ter vervanging van het kopspoor op de Ruigeplaatbrug. De 1-15 werden verbouwd voor de eenmansbediening waardoor in de stille uren de conducteur thuis kon blijven. Na een interim-periode, waar ze even op lijn 22 terugkwamen, werden ze vanaf 2 september 1967 vast ingezet op de nieuwe lijn 3 tussen Diergaarde Blijdorp en de Laan van Nooitgedacht.

 

Links: Op de kruising Bergweg/Schiekade werden de sporen naar de Walenburgerweg direct verwijderd. Over de nieuwe sporen passeert een eenmanswagen op lijn 9; 8 juni 1968 (foto: H.M. Mertens). Rechts: Ook spitsuurdiensten op lijn 1 behoorde tot de dagelijkse taken van de gelede Schindlers; Weena, 9 april 1969 (foto: H.M. Mertens).

De gelede Schindlers van lijn 10 bleven doorrijden onder het nieuwe lijnnummer 6. Na de opening van de metro in februari 1968 was er voldoende materieel beschikbaar om lijn 6 weer met dubbelgeleed materieel te exploiteren, waardoor de gelede Schindlers op lijn 3 (Laan van Nooitgedacht – Blijdorp Diergaarde) kwamen te rijden. Daarnaast waren zij vooral in de spitsen ook op andere lijnen aan te treffen, zoals op lijn 11 (Centraal Station – Spangen).

Kleine Schindlers werden ter versterking ook op andere lijnen ingezet, zoals lijn 10; Kleiweg, 1 maart 1965 (foto: H.M. Mertens).

De kleine Schindlers kwamen na de metro-opening opnieuw terug in dienst op lijn 22. Deze lijn werd spoedig daarna vernummerd in lijn 9 waarbij het westelijke deel van de lijn verlegd werd naar het Hudsonplein. Inmiddels was de conducteurloze dienst uitgebreid tot de gehele dienst. De komst van de 600’en betekende eigenlijk dat de rol van de kleine Schindlers geleidelijk aan was uitgespeeld. Zij werden toen gedegradeerd tot wagens die alleen in de drukke uren en perioden op straat kwamen.